OmgevingsWebOmgevingsWeb



Partners










U bent hier: | home | leerzaam | wiki | Wabo | Binnenplanse afwijking





Leerzaam - WIKI - Binnenplanse afwijking





Binnenplanse afwijking



23 september 2013 - Omgevingsweb


Binnenplans afwijken

Op grond van art. 2.12, lid 1 onder a, sub 1 Wabo kan via de omgevingsvergunning toepassing gegeven worden aan de in het bestemmingsplan (of beheersverordening) opgenomen bevoegdheid voor het college van B&W inzake het afwijken van dat plan.

U vindt hier informatie over:

Afwijkingsbevoegdheid in moederplan

In de Wabo zijn de procedurele aspecten van deze toestemming geregeld. De (inhoudelijke) grondslag is geregeld via het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan kan een mogelijkheid opgenomen worden om in beperkte mate af te wijken van het plan (art. 3.6 lid 1 onder c Wro). Een afwijkingsbevoegdheid mag niet leiden tot een bestemmingswijziging. Bij deze bevoegdheden moeten ruimtelijk relevante voorwaarden opgenomen worden, die objectief toetsbaar zijn. Het gaat in het algemeen om kleine afwijkingen, waarvan de haalbaarheid eenvoudig is aan te tonen of niet nodig is, aangezien het om een beperkte uitbreiding van een bestaand gebouw gaat, waarbij bijvoorbeeld de woningaantallen en grondoppervlakte niet toenemen.

Een voorbeeld is de mogelijkheid om af te wijken van de bedrijfscategorie. In de bestemming Bedrijf is aangegeven welke bedrijfscategorie is toegestaan (bijvoorbeeld maximaal categorie 3.1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten). Met de afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken en bijvoorbeeld maximaal categorie 3.2 toestaan, mits het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met een categorie 3.1 bedrijf.

Voorwaarden
Aan de afwijkingsbevoegdheid kunnen voorwaarden worden gekoppeld. Deze voorwaarden moeten wel voldoende concreetheid hebben in verband met de rechtszekerheid van belanghebbenden. Als voorwaarde zou bijvoorbeeld gesteld kunnen worden dat nieuwe geluidgevoelige functies uitsluitend gerealiseerd kunnen worden als aangetoond is dat deze voldoen aan de vastgestelde hogere grenswaarden.

Inhoud aanvraag

Uit de aanvraag moet duidelijk blijken waarop de aanvraag betrekking heeft. De aanvraag moet situatietekeningen bevatten van de huidige en toekomstige situatie en gegevens over het huidige en toekomstige gebruik. Verder moet aangegeven worden wat de gevolgen zijn voor de ruimtelijke ordening. Bij een binnenplanse afwijking moet aangetoond worden dat de aanvraag past binnen de afwijkingsregels in het moederplan. In de Regeling omgevingsrecht zijn de indieningsvereisten aangegeven (art.3.2 Mor).

Beoordelen aanvraag

De aanvraag om gebruik te maken van het binnenplans afwijken wordt getoetst aan:

  • de afwijkingsregels in het moederplan
  • de Awb (zorgvuldige belangenafweging)

Ad 1 Afwijkingsregels in het moederplan
Het bevoegd gezag heeft bij de toetsing van de aanvraag geen beleidsvrijheid. De beleidsafweging heeft al plaatsgevonden bij het opstellen van het bestemmingsplan (moederplan). Op basis daarvan heeft de gemeenteraad aangegeven wat er mogelijk is. Dit is vertaald in de afwijkingsregels. Als de aanvraag hieraan voldoet moet de omgevingsvergunning in principe verleend worden.
Aan de andere kant is het wel een bevoegdheid die wordt gegeven. Het bevoegd gezag hoeft niet per definitie in te stemmen met een aanvraag die aan de afwijkingsregels voldoet. Op basis van een belangenafweging kan zij besluiten geen medewerking te verlenen. Hoe specifieker de afwijkingsbevoegdheid is omschreven in het bestemmingsplan hoe minder afwegingsruimte er is voor het bevoegd gezag.

Ad 2 Awb (zorgvuldige belangenafweging)
In het kader van de Awb moet een zorgvuldige belangenafweging plaatsvinden. In principe heeft deze afweging reeds plaatsgevonden in het moederplan, maar er kunnen veranderende omstandigheden zijn die leiden tot een andere afweging. Dit dient zorgvuldig gemotiveerd te worden door bevoegd gezag.

Motivering
De haalbaarheid van de binnenplanse afwijking wordt aangetoond in het moederplan. In dit kader dient onderzoek plaats te vinden, waarbij getoetst wordt aan beleid en regelgeving voor bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, water, cultuurhistorie, et cetera.
Bij het besluit op een binnenplanse afwijking dient, in het kader van een ‘zorgvuldige belangenafweging' gemotiveerd te worden dat de in het moederplan uitgevoerde onderzoeken nog steeds van toepassing zijn en er geen veranderde omstandigheden zijn die tot een andere belangenafweging leiden.
Ook als bevoegd gezag besluit geen medewerking te verlenen, ondanks dat het initiatief past binnen de afwijkingsregels, dient dit zorgvuldig gemotiveerd te worden.

Procedurele aspecten

Voor het binnenplans afwijken van een bestemmingsplan geldt onder de Wabo de reguliere procedure. De beslistermijn is 8 weken. Bezwaar, beroep en hoger beroep zijn mogelijk. Er is geen terinzagelegging. Wel kunnen de artikelen 4:7 en 4:8 Awb worden toegepast binnen de 8 wekentermijn (met eventuele verlenging van 6 weken). Als het bevoegd gezag na 8 weken geen besluit heeft genomen, is de vergunning van rechtswege verleend.
Wordt deze toestemming gecombineerd met een toestemming waarvoor de uitgebreide procedure is voorgeschreven gaat voor de gehele aanvraag deze uitgebreide procedure gelden.

Samenloop met toestemming bouwen
Als een aanvraag wordt ingediend voor «bouwen» en deze niet past binnen het bestemmingsplan, wordt de aanvraag (op basis van art. 2.10, lid 2 Wabo) tevens gezien als een aanvraag voor «planologisch strijdig gebruik» als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onderdeel c Wabo. Er wordt dan automatisch getoetst of de omgevingsvergunning past binnen de binnenplanse afwijkingsregels.

Door InfoMil

 




Discussie LinkedIn

Een ogenblik geduld alstublieft. Er wordt gezocht naar discussies.
 



Discussie Facebook



Opmerkingen? Geef uw commentaar via uw Facebook account.





Tweets over Wabo